Waarom identificatie met een probleem passief maakt

Woorden hebben scheppende kracht, zagen we het eerste artikel van dit drieluik. Een positieve benadering creëert ruimte om anders te kiezen of iets de volgende keer beter te doen. We noemden ook dat het belangrijk was om niet te negeren, maar dat het goed is om dingen die in je omgaan te (h)erkennen. Daarop willen we vandaag dieper ingaan door jou tools te geven om dit op een gezonde manier te doen.* 

Een tweede manier om jezelf ruimte te geven om anders naar dingen te kijken, is door afstand te creëren van worstelingen of gevoelens. Op die manier geef je jezelf de kans om een andere keuze te maken. Over die verbinding tussen woorden en daden spreekt ook Jakobus in hoofdstuk 3:2 (BB): ‘Want wij struikelen allen in veel opzichten. Als iemand in woorden niet struikelt, is hij een volmaakt man, die bij machte is om ook het hele lichaam in toom te houden.’

Identificatie

Neem depressie. Veel mensen zeggen: ‘Ik ben depressief’. Dat zijn woorden die impliceren dat hun worsteling verbonden is aan hun identiteit. De ziekte hebben ze zo geaccepteerd dat het onderdeel van henzelf is geworden. Terwijl de uitspraak ‘ik voel me depressief’ meer afstand van de ziekte creëert en ruimte geeft om te veranderen. Gevoelens veranderen namelijk sneller dan je identiteit. 

Observerend concretiseren

Een ander voorbeeld. Je verlangt ernaar om porno te kijken. Zeg dan niet: ‘ik heb zin om porno te kijken’, maar ‘ik heb de gedachte dat ik zin heb om porno te kijken.’ Ook fysieke dingen kun je op deze manier benaderen. Niet ‘ik ben opgewonden’ maar ‘ik voel dat ik opgewonden wordt’. Of misschien nog wel concreter: ‘Ik voel dat mijn hart in mijn keel klopt’ of ‘Ik voel dat ik sneller adem’. 

Ruimte creëren

Door met een beetje afstand toch te verwoorden wat je ervaart, (h)erken je je gevoelens en verlangens en negeer je ze niet (in het vorige artikel bleek hoe belangrijk dat is). Tegelijkertijd geef je jezelf met deze verwoording wél de ruimte om er niet op in te gaan. Door ruimte te maken geef je jezelf de keuze om anders te reageren. 

Aandacht verschuiven

Je verlangen/craving naar porno heeft meestal een golvende beweging. Het komt hard op maar vlakt vanzelf – meestal met een minuut of twintig – weer af.  Als je blijft hangen bij het (h)erkennen van de verleiding, krijgt het een roze-olifant effect: je mag er niet aan denken, maar doet het toch omdat het niet mag. Uiteindelijk lijkt het dan alsof je niet anders kan dan toegeven. Daarom is het belangrijk dat je je, na emoties en verlangens erkend te hebben, richt op andere dingen. Ga naar buiten, pak er een hobby bij, bel iemand op of ga aan de slag met dingen die je belangrijk vindt: waarden, doelen of toekomstplannen. Dat helpt!

Opdracht

Oefen dit door jezelf stil te zetten bij je gedachtes als je merkt dat je worstelt met pornografie: Ga na wat je denkt en hoe je dit kunt herformuleren om wat afstand te kunnen nemen van wat je voelt. 

Je kunt dit ook oefenen als je al te laat bent en je een uitglijder hebt gemaakt. Stel jezelf de vraag wat er in je gedachten omging voordat je overging op handelen. Schrijf die gedachten op en zet vervolgens op papier wat je een volgende keer anders zou kunnen denken. 

Voetnoot (*)

De bron van dit materiaal is stap 29 van de online cursus Pure Heart (Heartbeat Nederland, 2022), een leeromgeving die door en voor jongeren is gemaakt om hen te helpen vrijkomen van porno.

Thirza van der Neut
Thirza van der Neut

Thirza is teamleider van stichting Freehearted, de initiatiefnemers van Praten over Porno. Als hbo-theoloog en ervaringsdeskundige heeft ze hart voor jongeren, mensen die worstelen met pornografie en gezonde seksualiteit.

Artikelen: 9